Lyme


De tekenbeetziekte is in onze wereld een toenemend probleem. In 1995 waren er 33.000 Nederlanders die met een tekenbeet naar de huisarts gingen. In 2002 waren dat er al 65.000. Het aantal mensen die inderdaad de ziekte van Lyme bleken te hebben, verdubbelde in die tijd van 6.500 naar 13.000. In 2005 waren er dat 17.000. Dit zijn officiële cijfers, waarvan we vermoeden dat het slechts een topje van de ijsberg is. Het aantal tekenbeten zal makkelijk tegen de miljoen per jaar lopen. Naar schatting is 30-50% van de teken besmet, waardoor de kans op het ontwikkelen van de ziekte zeer groot is.

Voorkomen

Met het mooie voorjaarsweer zijn de teken weer actief. We willen u daarom een aantal tips geven om tekenbeetziekte te voorkomen.

Teken bevinden zich overal in de natuur, maar houden niet van paden en gemaaid gras. Pas op met huisdieren. Deze kunnen de teken ook naar binnen brengen. Teken komen af op warmte, beweging en geur. Als ze op iemand springen kruipen ze naar een geschikte plek om vervolgens te bijten. Hierbij wordt een hoeveelheid speeksel naar binnen gespoten om het bloed dat de teek wil opzuigen vloeibaar te houden. Indien dit speeksel bacteriën bevat kan hierdoor een infectie optreden. Het is dus niet belangrijk hoe lang een teek aanwezig is; het moment van inspuiten van het speeksel is het moment van mogelijke besmetting.

Nadat u in de natuur bent geweest ( dat kan ook in de tuin!) is het goed te controleren op teken. Als u een vastzittende teek bemerkt moet u deze verwijderen met een aparte tekenpen of -pincet. De teek kunt u naar een laboratorium sturen om te controleren of deze besmet is.

In de tuin is het mogelijk op teken te controleren en deze te verwijderen. Hiervoor bestaan twee methodes:

Oud wit laken. Doe beschermende kleding aan. Neem een oud wit laken en sleep dit in de tuin achter je aan. Door de warmte en de beweging zien teken dit als een gastheer en zullen erop springen. De teken kun je makkelijk zien zitten. Pak ze vast met handschoenen en druk ze dood. Dompel daarna het laken in een emmer met water en azijn en controleer of alle teken verwijderd zijn. Herhaal dit dagelijks tot er geen teken meer aanwezig zijn. Doe dit daarna regelmatig omdat teken opnieuw kunnen meeliften met vogels, muizen, eekhoorns en andere dieren.

Tekenval. Neem een stuk karton van 60 bij 60 centimeter. Rol er dubbelzijdige plakband omheen. Plak er een piepschuim wegwerpkoelboxje op van rond de 20 bij 20 centimeter en 15 centimeter hoog. Doe vervolgens droogijs hierin. Teken komen af op de grote CO2 uitstoot en kleven dan vast aan het plakband. Draag beschermende kleding als je “de val” maakt en controleert. Dood de teken met een steentje of stokje. Let op, raak het droogijs nooit aan met blote handen.

Als er na een tekenbeet geen roodheid op de plek ontstaat wil dat niet zeggen dat er geen besmetting is. Raadpleeg daarom bij twijfel altijd een deskundig arts.

De ziekte van Lyme

De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door de bacterie borrelia burgdorferi, maar inmiddels zijn ook andere families van de borrelia bekend. De ziekte dankt zijn naam aan het Noord-Amerikaanse stadje Lyme, waar de eerste epidemie ontstond. Nieuwere inzichten in de totale besmetting zijn:

  • de ziekte kan veroorzaakt worden door verschillende vormen van borrelia
  • er zijn een aantal zgn. co-infecties bekend die het klachtenpatroon mede kunnen verklaren. Dit zijn bacteriën, zoals bartonella, babesia, rickettsia, ehrlichia.
  • de ziekte kan in principe ook overgedragen worden door andere bloedzuigers, zoals dazen, muggen en vlooien
  • de ziekte kan ook van mens tot mens overgebracht worden via besmet bloed en mogelijkerwijs ook via intiem contact.
  • Er zijn een aantal stadia van de ziekte. Het probleem in het beeld is dat deze niet bij iedere patiënt op dezelfde manier en in dezelfde heftigheid voorkomen.

In het eerste stadium zien we vaak een rode, ringvormige plek om de beet. Dit kan echter ook een volledige zwelling zijn van een ledemaat ; bij de meerderheid van de mensen blijft een dergelijke roodheid en zwelling echter helemaal weg.

In het tweede stadium kan men na weken, maanden of zelfs jaren een uitlokkend moment creëren, vaak getriggerd door een kleinigheid als een verzwikte enkel, een verwonding of een periode van stress. De ziekte kan zich dan uiten in reumatische klachten, met ontstekingen en zwellingen van gewrichten, pijnklachten in de armen, benen en rug, of de neurologische vorm met hoofdpijn, dubbelzien en aangezichtspijn. Ook kan een aangezichtsverlamming ontstaan. Dit stadium gaat makkelijk over in de chronische vorm (derde stadium).

In principe kunnen we stellen dat de ziekte in staat is een zee aan verschillende klachten te veroorzaken. Bij elke klacht moet hieraan gedacht worden, zeker als er geen duidelijke oorzaak gevonden wordt. De symptomenlijst is een goed hulpmiddel om de ziekte in kaart te brengen.

Diagnostiek

De besproken bacteriën zijn zeer ingewikkeld, niet tot nauwelijks te kweken en kunnen zich maskeren en voordoen in verschillende vormen. Borrelia bijvoorbeeld kan zich oprollen tot een cyste, die volledig resistent is voor hitte, kou en zeer veel antibiotica en chemicaliën. De immunologische testen op deze ziekte kunnen daarom in een dergelijk stadium ook vals negatief zijn. De gebruikelijke ELISA testen hebben een gevoeligheid van slechts 44-46%. Dat betekent dus dat een negatieve uitslag niets zegt. Toch vormt het zeer uitgebreide onderzoek de basis van onze verdere diagnostiek. Hiervoor werken we samen met verschillende laboratoria in binnen- en buitenland.

Toenemend belang van aandacht voor de co-infecties bij Lyme patiënten

In de congressen van de afgelopen tijd is het opvallend dat aan de co-infecties, dat zijn een aantal door teken overgedragen of gereactiveerde ziektes, toenemende aandacht geschonken wordt. Zo laat een van de laatste onderzoeken in Zwitserland zien dat in de teek bij 34 % Borrelia werd aangetoond, bij 42 % Rickettsia en bij 1 % Ehrlichia. Volgens dit onderzoek zou 16 % van de Lyme patiënten in Zwitserland tevens een zogenaamde Rickettsia hebben. Ook andere infectieziekten lijken steeds belangrijker te zijn in de beslissingen rond de Lyme patiënt. Met name daar waar Lyme patiënten niet of niet voldoende reageren op de ingestelde therapie zou men altijd aan deze co-infecties moeten denken. Het is zelfs zo dat in een aantal gevallen er geen sprake is van de ziekte van Lyme, maar juist van een of meerdere co-infecties. De moeilijkheid in dit verhaal is dat het altijd lastig is om op basis van de symptomen een keuze te maken in laboratoriumdiagnostiek. De klachtenbeelden blijken sterk op elkaar te lijken en ook de complicaties kunnen gelijk zijn. In de praktijk houdt dit in dat dit moeilijk uit het verhaal van de patiënt te halen is en daardoor vaak meerdere onderzoeken gedaan moeten worden. Een overzicht van de meest voorkomende co-infecties bij de ziekte van Lyme zijn:

Ehrlichia oftewel Anaplasma, wordt door de teek overgedragen. Na een incubatietijd van enige dagen tot 4 weken ontstaan klachten als griepachtige verschijnselen met een stekende achter de ogen bevindende hoofdpijn, spierpijnen, neurologische klachten met soms diffuse roodheid van de handvlakken en de voetzolen. In het bloedbeeld zien we vaak een lage hoeveelheid witte bloedlichaampjes, bloedplaatjes en de neiging tot bloedarmoede. Ook zien we een leverbelasting.

Babesiose, wordt overgedragen door de teek en door bloedtransfusies. Na een incubatietijd van 5 dagen tot 9 weken ontstaat hevig zweten met nekstijfheid, misselijkheid en braken, gebrek aan eetlust, moe zwak gevoel, koorts tot 40 graden met koude rillingen, spierpijnen, hoofdpijn alsof er een schroevendraaier in het hoofd gedraaid wordt, duizeligheid en emotionele labiliteit. In het bloedbeeld zien we vaak een hemolytische anemie en nierproblemen. Ook kunnen stollingsstoornissen optreden. De lever kan wat vergroot zijn, evenals de milt.

Bartonella, is ook bekend als de kattenkrab ziekte, omdat naast de tekenbeet ook verwondingen van een kattenkrab de ziekte kan overdragen. Er is een incubatietijd van 3 tot 38 dagen, waarna de klachten beginnen van hoofdpijn, moeheid, rillingen, spierpijnen, ochtendkoorts, zwellingen van de lymfeklieren, slapeloosheid en depressie, labiliteit, verwardheid en concentratiestoornissen, duizeligheid, angststoornissen, maagontsteking, darmklachten en pijnlijke voetzolen. Ook zien we wel eens kleine puntvormige bloeduitstortingen in de huid.

Rickettsia, is ook wel bekend als luizenbeet ziekte. De overdracht is door luizenbeten en door tekenbeten. De incubatietijd is 5 tot 7 dagen en er ontstaat koorts, ontsteking van de lymfeklieren en een rode huiduitslag. Ook kan bloedarmoede voorkomen, evenals nierinsufficiëntie, longontsteking, leverontsteking en spierpijnen.

Chlamydia Pneumonia, niet te verwarren met de Chlamydia Trachomatis. Deze laatste is de seksueel overdraagbare aandoening. De overdracht gebeurt naast de tekenbeet ook door druppels in de lucht, welke van mens tot mens kunnen plaatsvinden. Normaal start het geheel met lichte keelpijn, heesheid, neusholte ontstekingen en atypische longontsteking. Maar er kunnen ook ernstigere klachten ontstaan zoals hersenontsteking, Bronchitis, Myocarditis en Guillain-Barre. Gaat deze infectie de chronische fase in, ontstaan ook vaak gewrichtsontstekingen en peesontstekingen. De ziekte wordt ook geassocieerd met het ontstaan van Alzheimer, Multiple Sclerose, het Chronisch Vermoeidheid Syndroom en prostaatklachten.

Chlamydia Trachomatis, is de seksueel overdraagbare aandoening. Er ontstaat een ontsteking van de baarmoederhals met soms steriliteit. Op de langere termijn kan eveneens een gewrichtsontsteking en peesontstekingen ontstaan.

Mycoplasma, wordt overgedragen van mens tot mens. Deze wordt ook in verband gebracht met het 1ste Golfoorlog Syndroom en het Bijlmersyndroom. De infectie leidt tot moeheid, koorts, spier- en gewrichtsklachten, hoofdpijn, slapeloosheid, angststoornissen en emotionele labiliteit, concentratie- en geheugenstoornissen tot en met verwardheid.

Coxsackie, is een entero virus, hetgeen betekent dat deze zich in de darm bevindt. Overdracht is van mens tot mens. De coxsackie virussen kunnen een veelheid aan klachten geven zoals koorts, keelpijn, diarree, braken, huiduitslag, spierpijn, leverontstekingen en ontsteking van het hartzakje. Ook kan hersenvliesontsteking ontstaan. Het virus zou ook een rol kunnen spelen in het ontstaan van Type 1 Diabetes.

Naast deze genoemde ziekteverwekkers zijn er nog een aantal potentiële co-infecties, welke meegenomen worden in de overwegingen bij het beleid van de Lyme patiënt. De behandeling van deze infectie ziektes zijn uiteraard afhankelijk van de soort ziekteverwekker, de soort klachten en ook van de immunologische conditie van de patiënt.

Behandeling

Omdat de infecties zeer resistent zijn tegen allerlei behandelingen en omdat de ziektebeelden bij ieder individu volstrekt verschillend kunnen verlopen, is een behandeling altijd individueel bepaald. We weten zelfs dat de reactie op antibiotica genetisch bepaald is. Basaal staat de ondersteuning van het immuunsysteem d.m.v. gezonde voeding. Ook de darm als belangrijkste immunologisch orgaan wordt altijd bekeken en eventueel behandeld. Vaak wordt er gekozen voor een pulse-therapie, d.w.z. dat er een tijd behandeld wordt en daarna een bepaalde periode niet, juist om de stille fases te laten opwakkeren om daarmee bacteriën a.h.w. uit de tent te lokken om beter behandelbaar te maken. In onze praktijk wordt gebruik gemaakt van de reguliere antibiotische behandeling volgens protocollen, die beschreven zijn in de International Lyme and Associated Diseases Society . Naast de antibiotica behandelen we ook met andere middelen. Zo is beschreven dat Zilverhydrosol de werking van antibiotica behoorlijk kan versterken.
Naast verschillende intercollegiale contacten werken we samen met het Borreliose Centrum Augsburg .
Een behandeling kan alleen plaatsvinden via intensief contact d.m.v. consulten.