• Maag- en darmziekten

Maag- en darmziekten

Een oud Duits spreekwoord luidt “der Tod sitzt im Darm”. Van de andere kant kunnen we stellen dat gezondheid begint in de darm. Zeer veel ziektebeelden vinden hun oorsprong in het maagdarmkanaal. De darm tenslotte is ons grootste immunologisch orgaan met een oppervlakte van naar schatting 1000 m2. De inhoud van de darm is voor het lichaam in principe buitenwereld. De darmwand heeft daarbij een groot aantal afweermechanismen ingebouwd die beginnen met de normale darmflora, enzymatische reacties, slijmvorming, mechanische barrières en natuurlijk ook de immunologische reacties.

Indien een afweercel gevormd wordt zal deze nog geen goede functie hebben. De cel is nog onrijp en moet als het ware naar school. Eén van deze scholen zijn de zgn. Peyerse plaques in de darm. Hier krijgt de immuuncel zijn scholing, waarna deze in de circulatie terecht komt. Daarna gaat deze cel weer terug naar de darm en ook naar slijmvliezen, huid en bindweefsels. Dit is dus een verklaring van de directe relatie die er ligt tussen het functioneren van de darm en allerhande ziektebeelden.
De opname van voedingsstoffen vindt met name plaats in de dunne darm. Deze opname gaat niet tussen de cellen door, maar er is sprake van een actieve opname in de darmcel die de voedingsstoffen dan verder doorlaat. De cellen zelf liggen met zeer vaste verbindingen tegen elkaar.
De darmflora wordt gevormd in de eerste levensdagen onder invloed van met name de moederlijke flora. De vorming hiervan is mede afhankelijk van de manier van geboorte (normale weg of keizersnee) en uiteraard ook of er borst- of flesvoeding is gegeven. Na 24 maanden heeft het kind een rijpe flora. Op latere leeftijd, dat willen zeggen na het 60-65ste levensjaar, verandert de flora opnieuw. Het aantal bacteriën is een factor 1000 minder en ook de samenstelling verandert. De darm wordt uiteraard beïnvloed door voedingsfactoren. Er is een discussie gaande over de werking van probiotica, levende microbiologische voedingssupplementen die de gezondheid van de gastheer zouden bevorderen. Prebiotica zijn niet verteerbare voedselcomponenten die de gezondheid van de gastheer bevorderen door de beïnvloeding van de darmflora. Deze stoffen bevinden zich met name in fruit en groente als ook in moedermelk. De prebiotica werken door de fermentatie van de lange ketens, waardoor er een verbetering optreedt van de darmfunctie. Waarschijnlijk heeft het toedienen van prebiotica een groter preventief effect dan het toedienen van probiotica.

Maagzuur, een brandend probleem.

In 1998 liet ik me in een interview ontvallen dat een “scheurtje in het middenrif “(hernia diafragmatica) via een eenvoudige osteopatische techniek te behandelen is. De betreffende journalist, Ad den Held achtte dit belangrijk genoeg om hier een artikel aan te wijden. Na publicatie in het maandblad Gezondheidsnieuws, nu ‘GezondNu’, werd ons Centrum overvallen door honderden mensen die deze kwaal bleken te hebben. Velen daarvan heb ik gelukkig kunnen helpen. Hoe de patiënten hierop reageerden, staat vermeld in een vervolgartikel dat 11 juli 2000 gepubliceerd werd, opnieuw in Gezondheidsnieuws. Hoewel de manipulatie een eenvoudige techniek is, dienen natuurlijk ook eventuele oorzaken behandeld te worden, daar een dergelijke hernia diafragmatica makkelijk kan terugkomen. Daarnaast heeft niet iedere patiënt met maagproblemen een hernia diafragmatica. Vandaar dit overzicht.




Diagnose

De patiënt die met maagklachten bij de huisarts komt wordt behandeld met maagzuurremmers. Dit is onjuist, daar ook de te lage productie van maagzuur, allerhande maagklachten kan oproepen. Kenmerkend voor een te hoge productie van maagzuur is o.a. het zuurbranden, het verergeren van de problemen na het eten van zure en zuurvormende voedingsstoffen, het heftig reageren op histaminerijke maaltijden en het heftig reageren op stressfactoren. Bij te lage zuurproductie staat de gasvorming, een vol gevoel en opboeren voorop. Tengevolge van de slechte vertering proeft men vaak na uren nog wat men daarvoor gegeten heeft. Indien er gerede twijfel is over de aard van de maagproblemen kan verder onderzoek gedaan worden.

In het verhaal van de patiënt wordt gekeken naar mogelijke oorzaken van de problemen zoals een zwaartillend beroep, braken, frequent hoesten, het omgaan met bepaalde chemicaliën, het reageren op bepaalde voedingsmiddelen, het bestaan van overgewicht en uiteraard stressmomenten. Indien een patiënt met een hernia diafragmatica bij mij komt is dat meestal al bekend middels foto dan wel gastroscopie. De mogelijke nog aanwezige oorzaken van de maagproblemen worden vervolgens behandeld:




Het plaatje wat ik hier geschilderd heb is niet kompleet. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen op de regel. Daarnaast is het nooit gegarandeerd dat een ingestelde therapie ook inderdaad werkt. Een groot aantal patiënten echter heb ik op deze wijze van hun brandend probleem weten af te helpen.

SBOG-syndroom

Eén van de ziektebeelden die vaak in de diagnostiek over het hoofd gezien wordt is de zogenaamde jejunumfermentatie, SBOG syndroom of “small intestinal bacterial overgrowth”. Het eerste stuk van de dunne darm is nagenoeg steriel; indien hier wel bacteriën zijn, en dat kunnen ook normale bacteriën zijn, dan veroorzaken deze klachten. Deze bacteriën produceren alcoholen en aldehydes die de darmwand beschadigen. De klachten die deze patiënten hebben zijn direct opboeren en veel gasvorming binnen 15-20 minuten na de maaltijd. Met name koolhydraatrijke voeding bevordert de klachten. Daarom dat vaak gedacht wordt aan een overgevoeligheid voor deze voedingsmiddelen. Een arts kan de diagnose stellen door middel van een
ademanalyse.

Coeliakie

Coeliakie is een overgevoeligheid voor gluten. Dit zijn eiwitten die voorkomen in tarwe, rogge, spelt, gerst en kamut. In principe is haver glutenvrij, maar in onze cultuur altijd gecontamineerd met gluten. Coeliakie kan zowel op volwassen als op kinderleeftijd ontstaan. Bij kinderen moet je denken aan de diagnose bij groeistoornis en gewichtsafname, braken, bolle buik, slappe spieren, sterk ruikende ontlasting en gebrek aan eetlust. De kinderen zijn vaak moe en initiatiefloos, bleek, hebben vaak diarree of obstipatie en ook vaak terugkerende luchtweginfecties. De volwassenen krijgen meestal klachten tussen de 30 en 40 jarige leeftijd. Ze hebben een vale huid, zijn depressief en nerveus en lijden makkelijk aan anemie. Ze hebben een breiïge, vettige ontlasting met vaak diarree of obstipatie, misselijkheid, braken en een opgeblazen gevoel. Ze hebben ook vaak een brandende tong en pijn in de botten. Hoewel de gouden standaard in de diagnose nog altijd een bioptie is, kunnen we in de ontlasting de neiging hiertoe meten. Het voordeel van deze methode is dat deze niet belastend is en al in een vroeg stadium de gevoeligheid kan vastleggen. Dit is belangrijk omdat coeliakie in verband wordt gebracht met mogelijke complicaties zoals diabetes type I, auto immuunaandoeningen, bloedarmoede, neurologische en psychiatrische beelden, ziekte van Crohn en osteoporose. Coeliakie komt voor bij minstens 1 op de 100 Nederlanders en slechts een beperkt aantal van hen weten dat. De enige therapie hier is het weglaten van glutenhoudende granen. Naast deze diagnose spelen voedselovergevoeligheden voor andere voedingsmiddelen altijd een rol die mede verantwoordelijk zijn voor secundaire symptomen. Hiervoor doen we dus ook de voedselanalyse.

Lactose intolerantie.

Patiënten met lactose intolerantie missen het enzym lactase, waardoor melksuiker niet gesplitst kan worden. Ze hebben diarree en/of krampen na het gebruik van melk of melkproducten, maar soms zijn de klachten zeer vaag. Het probleem komt in Scandinavische landen voor bij 5% van de bevolking, in Midden-Europa bij 15% tot 20% en in Mediterrane landen bij meer dan 30% van de mensen. Het geheel is een genetisch bepaalde afwijking, waardoor de diagnose ook zeer vroegtijdig gesteld kan worden door middel van een DNA-analyse.

Bacteriën

De darmmicroflora bevat meer bacteriën dan dat we lichaamscellen hebben. Naast gezonde bacteriën zijn dit ook een aantal potentiële ziekteverwekkers. Deze zijn noodzakelijk, omdat ze het immuunsysteem van de darm en daarmee het algemene immuunsysteem sterk ondersteunen. Ze zijn als het ware de sparringpartners van ons immuunsysteem. Wordt de hoeveelheid van deze ziekteverwekkers echter te groot kan er wel sprake zijn van problemen. Bijvoorbeeld Clostridium-bacteriën zijn verantwoordelijk voor de bijwerkingen van antibiotica en kunnen zorgen voor heftige diarree en klachten als extreme winderigheid. Een kleine hoeveelheid gasvorming overigens is normaal. Een gemiddelde volwassene zal 15 tot 25 scheten per dag laten met een productie van 0,5 tot 1, 2 liter biogas, hetgeen overigens dus ook afhankelijk is van bepaalde voedingsmiddelen die zgn. flatogeen zijn. Gedoeld wordt hier o.a. op kool en uien. Candida(gist)- vormen kunnen ook teveel in de darm aanwezig zijn. In principe zijn ze altijd het gevolg van een ander ziektebeeld. Overmatige candida kunnen allergieën veroorzaken. Ze produceren toxines en kunnen daarmee de darmwand beschadigen. Een gezonde darmflora echter houdt de candida in bedwang. Ook hier speelt gezonde voeding een rol.

Parasieten

Vroeger dacht men dat darmparasieten alleen in tropische landen voorkwamen. Daarom dat men er hier nog altijd niet aan denkt. De worminfecties worden wat frequenter gezien, omdat deze met het blote oog waarneembaar zijn. De zgn. protozoën echter zijn eencellige parasieten die met het blote oog niet waarneembaar zijn. Ze leven van voeding en bacteriën uit de darm en doorlopen een cyclus, waardoor het patroon van de ontlasting zeer wisselvallig kan zijn. Ze zijn zeer hardnekkig, omdat ze bestand zijn tegen verhitting, kou en chemicaliën. Omdat ze zeer wisselvallig aanwezig zijn, is de diagnostiek zeer moeizaam. Daarom wordt er een 3-tal keren ontlasting getest, voor men tot de diagnose komt. Naast deze zgn. triple-faeces test is er nu ook een immunologische analyse voor een aantal protozoën. Bij de daarbij passende klachten is het belangrijk dat deze analyses in een ervaren laboratorium worden bekeken. De behandeling is uiteraard afhankelijk van de uitslag.

Ziekte van Crohn

De Ziekte van Crohn komt voor bij 1 op de 300 mensen in Midden-Europa. Er zijn bij deze patiënten een aantal genetische mutaties die als het ware geprikkeld kunnen worden door uitlokkende momenten zoals infectie, roken, voedselovergevoeligheid, milieufactoren en immunologische storingen. Naast klachten van diarree met slijm en bloedverlies of juist obstipatie kunnen de volgende klachten ook voorkomen: bloedarmoede, gewichtsverlies, voedseltekorten, koorts van onbekende oorsprong, gewrichtsontstekingen die vaak al jaren voordat de diagnose gesteld wordt kunnen bestaan, oogontstekingen en mondslijmvliesontstekingen.
De patiënt met de Ziekte van Crohn heeft altijd meerdere voedselovergevoeligheden die getest moeten worden. Het verloop van de ziekte kan men mede meten door de calprotectine in de ontlasting. Dit is een markeerstof voor ontstekingen die verhoogd is als er een hogere activiteit is van de ziekte.

IBS, spastische darm

De diagnose spastische darm is m.i. een verlegenheidsdiagnose. De arts voelt wel wat verkrampingen en spasmen in de darm en weet eigenlijk niet waar deze vandaan komen. De klachten komen zeer frequent voor en kunnen leiden tot forse problemen voor de patiënt en de omgeving met sociaal isolement, ziekteverzuim en ziekenhuisopname. Juist de verstoringen in het darmevenwicht van vertering, flora en ook hier weer de voedselovergevoeligheid zijn de uitlokkende factoren. Ook uit recente artikelen in het tijdschrift ‘Gut’ en ‘American Journal of Gastro-enterology’ blijkt dat de IgG-antilichamen die gemeten worden in de voedselanalyse een rol spelen bij de klachten van deze patiënten. Daarom dat hier altijd een ontlastinganalyse en voedselanalyse gedaan wordt.

Samenvatting

De darm is ons grootste immunologisch orgaan. Voeding is een dagelijks terugkerend genoegen. Foute voeding is een dagelijks terugkerende belasting. Maagdarmziektes moeten goed onderzocht worden en op basis daarvan is een behandeling meestal op basis van. aanpassingen in de voeding succesvol.