• Osteoporose

Osteoporose

Osteoporose, een sluipende degeneratie van het botweefsel, treft naar schatting 250 miljoen mensen wereldwijd en is verantwoordelijk voor meer dan 1,4 miljoen fracturen per jaar. In Nederland hebben ruim 800.000 mensen osteoporose en ontstaan er 83.000 fracturen als gevolg hiervan.
Deze stille ziekte komt met name voor in de beenderen van de heup, de wervels, de pols, maar ook in andere regionen en wordt vaak pas ontdekt wanneer er na een licht trauma een fractuur ontstaat. Zo breken bijvoorbeeld per jaar 16.000 Nederlanders hun heup. Dit is ingrijpend door de ziekenhuisopname, de langdurige revalidatie en de grote kans op complicaties en blijvende invaliditeit. Hiervan overlijdt 33% van de mannelijke en 24% van de vrouwelijke patiënten binnen een jaar.
Daarom worden in deze tijd van vergrijzing preventieve maatregelen steeds belangrijker. Vanaf ons 40ste à 45ste levensjaar begint de afbraak van botweefsel. Bij vrouwen, die toch al een wat geringere botmassa hebben, gebeurt deze afbraak sneller waardoor het aantal patiënten uiteindelijk 80% vrouwelijk is.

Botstofwisseling
Bot is een actief en dynamisch weefsel dat voortdurend opnieuw gevormd wordt. Het risico op onvoldoende aanmaak wordt beïnvloed door een aantal factoren:
- onvoldoende lichaamsbeweging
- de hormonale situatie, zoals menopauze en schildklieraandoeningen
- onvolwaardige voeding en overmatig gebruik van suiker, vlees en genotmiddelen
- de aanwezigheid van verschillende ziektes in de darm, zoals de ziekte van Crohn, coeliakie, voedselovergevoeligheid en andere darmziektes
- het gebruik van bepaalde geneesmiddelen
- uiteraard de leeftijd
- erfelijke factoren

Beweging
Beweging is belangrijk omdat het in de natuur normaal is dat lichaamsdelen en organen die niet of onvoldoende gebruikt worden een neiging tot afbraak hebben. Dit onder het motto: “use it or lose it “. Beweging kan heel eenvoudig door standaard, indien mogelijk, de fiets te nemen, een bushalte eerder uit te stappen om te lopen en de trap te nemen in plaats van de lift.

Hormonale factoren
De bekendste hormonale factoren worden gevormd door de menopauze, waarin vrouwen ten gevolge van de oestrogeenvermindering een verhoogde botafbraak hebben. Echter ook schildklierproblemen, diabetes, overgewicht en ook hormonale therapieën, waaronder die voor mannen met prostaatkanker, leiden tot een verhoogd risico.

Voedingsfactoren
Lifestyle-factoren, zoals roken en excessieve alcoholconsumptie, alsmede onvolwaardige voeding, verhogen de risico’s op osteoporose. Ook de resorptiestoornissen die door de darmstoornissen ontstaan veroorzaken tekorten. In de diagnostiek is het daarom belangrijk voedselovergevoeligheid en coeliakie uit te sluiten. Volgens recent onderzoek lijdt 1 op de 100 Nederlanders aan coeliakie. Slechts een beperkt percentage is hiervan op de hoogte.
Meer informatie is te lezen in het hoofdstuk voeding.
Onderzoek heeft onomstotelijk vastgesteld dat Vitamine K2 de belangrijkste factor is in de botopbouw. Omdat deze vitamine te weinig in onze voeding voorkomt is suppletie de enige oplossing. Vitamine K2 speelt daarnaast een hoofdrol in de conditie van de bloedvaten en er zijn duidelijke aanwijzingen dat het de vorming van een aantal kankersoorten belemmert.

Geneesmiddelen
Een aantal geneesmiddelen is bekend om hun bevordering van osteoporose. Regelmatige controle bij mensen, die deze middelen gebruiken, is daarom aanbevolen.

Erfelijke factoren
Indien de behandeling van osteoporose niet voldoende aanslaat, kan het zijn dat er een aantal erfelijke factoren zijn die dit blokkeren.
De genetische testen zijn aan te vragen via een arts.

Diagnose
De ideale leeftijd om te starten met diagnostiek is rond de 45 jaar; echter de gemiddelde leeftijd waarop osteoporose ontdekt wordt is 65 à 75 jaar (zie figuur 1).
De diagnose osteoporose is alleen te stellen met de beeldvormende technieken. Deze
laten echter pas een probleem zien als er al een bepaalde mate van osteoporose heeft plaatsgevonden.
De meting van de botstofwisseling speelt een rol in de vroege diagnostiek en het controleren van de response op eventueel ingestelde therapie, omdat deze meting vroegtijdig de effecten van de therapie kan vastleggen. Deze biochemische waardes reageren binnen 1 tot 3 maanden, waarbij de botdichtheidmeting pas een effect na 12 – 18 maanden laat zien.

Figuur 1

Therapie
Het therapieplan is afhankelijk van de uitslagen en de onderzoeken. De patiënt dient zelf te zorgen voor voldoende lichaamsbeweging. Indien de gewrichten dat moeilijk toelaten, kan altijd gekozen worden voor oefentherapie onder deskundige begeleiding. Ook oefeningen op de Power Plate en andere trilplaten zijn zeer geschikt.
De beste voedingssuppletie voor de bothuishouding is gebaseerd op vitamine K2. Dit vitamine is noodzakelijk voor de activiteit van het eiwit osteocalcine, welke een belangrijke rol speelt in de opbouw van de botten. De activiteit van vitamine K 2 kan verhoogd worden door verschillende andere vitamines, zoals vitamine D3 en vitamine E, alsmede verschillende mineralen, waaronder jodium, kiezelzuur en zink. Het geheel is te verkrijgen onder de naam ProPlex K2, hetgeen besteld kan worden via www.supblyme.nl . Het preparaat mag langdurig ingenomen worden, maar niet door mensen die coumarinederivaten ( bepaalde bloedverdunners waarvoor controle bij de trombosedienst nodig is) gebruiken. Naast de mineralen en vitamines spelen ook glyconutriënten een rol bij de opbouw van botweefsel.